Menu Sluiten

Sparen in de kleuterklas: beloond worden voor goed gedrag

KROOST-collega Gabriëlle schreef al eens over SWPBS. Net als haar (en vele anderen) ben ik er (zacht uitgedrukt) geen fan van. Helaas wordt het wel ingevoerd op de school van mijn zoon. Het was aankijken hoe het ging, tot ik aan de eettafel ineens hoorde van een nieuw ingevoerd iets: een spaarsysteem voor kinderen van 4-6 jaar.

Sparen in de kleuterklas: beloond worden voor goed gedrag

KROOST-collega Gabriëlle schreef al eens over SWPBS. Net als haar (en vele anderen) ben ik er (zacht uitgedrukt) geen fan van. Helaas wordt het wel ingevoerd op de school van mijn zoon. Het was aankijken hoe het ging, tot ik aan de eettafel ineens hoorde van een nieuw ingevoerd iets: een spaarsysteem voor kinderen van 4-6 jaar.
“We kunnen op school nu muntjes verdienen. Als je vijf muntjes verdiend hebt, dan krijg je een kaartje. Juf leest dan dat kaartje voor en daar staat dan bijvoorbeeld op dat je als eerste mag kiezen in welke hoek je mag spelen. Dan heb je echt geluk zeg!”
Dat waren de woorden van mijn 6-jarige tijdens het avondeten. Waarna volgde dat hij heel erg zijn best had gedaan om ook een muntje te verdienen, maar die nog niet had gekregen. Een vriendje van hem heeft blijkbaar ook nog geen muntje gehad en daarna volgde een lijst met kindjes die wel een muntje hadden verdiend. Muntjes sparen om een privilege te ‘verdienen,’ voor kinderen van 4 tot 6 jaar.

Een scenario voor volwassenen

Je werkgever bedenkt een nieuw beloningssysteem. Wanneer je goed je best doet, kun je punten verdienen. Bij 5 punten ontvang je een VVV-bon. Tot zover een redelijk normaal beloningsschema voor bijvoorbeeld callcenterwerk. Maar denk er nu eens het volgende bij: in plaats van vaste targets (zoals gesprekstijd, aantal verkopen etc.) is het krijgen van een punt afhankelijk van of je baas heeft gezien dat jij goed je werk deed.

Bovenstaande lijkt op zich best goed te doen te zijn. Mits de afdeling waar je zit uit alleen jou en je leidinggevende bestaat. En je leidinggevende verder geen werkzaamheden heeft. In de realiteit is dat echter wel anders. Coaching, vergaderingen, papierwerk: er zijn behoorlijk wat periodes waarin jouw leidinggevende met andere zaken (of collega’s) bezig is. Wat ook gelijk staat aan periodes waarin je nog zoveel je best kan doen: het wordt niet opgemerkt.
Probeer je nu dan eens voor te stellen dat je die leidinggevende met 20-30 anderen moet delen. Hoeveel tijd zal er daadwerkelijk gebruikt kunnen worden aan het observeren of jij je best wel doet? Naast alle werkzaamheden die gedaan moeten worden? Mocht het nog niet duidelijk zijn, het is: bar weinig.
Dan gaan we terug naar de kleuterklas: 20-30 (of nog meer) kinderen van 4 tot 6 jaar. Een leeftijd waarop de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn en ze daarnaast druk bezig zijn met de wonderen van de wereld.

Beloningen: intrinsiek versus extrinsiek

Dr. Skinner experimenteerde vorige eeuw al met ratten: zet een beloning in en er wordt gedaan wat je wil, zoals je het wil. Bij dieren wordt het ook wel conditioneren genoemd. Bij mensen spreken we liever over motiveren, conditioneren klinkt te eng. Het doet teveel aan manipuleren denken. Hoezeer we dat woord ook willen negeren, het is het wel: beloningen zijn een manier om een ander (proberen te) manipuleren om te doen wat jij wil.
We hebben allemaal onze interne beloningsstructuur. Ook wel onze intrinsieke motivatie genoemd. Het goed voelen doordat je iemand hebt geholpen (zonder er iets voor terug te verwachten), dat is een interne beloning / intrinsieke motivator. En omdat dit goed voelt, willen we daar graag meer van doen.
De tegenhanger hiervan is de externe beloningsstructuur, ofwel de extrinsieke motivatie. Door een externe beloning te hangen aan iets, wordt er verwacht dat er voor die beloning gekozen wordt en dit in de toekomst ook zo zal gaan. Of, zoals bij bepaalde opvoedprogramma’s, de verwachting dat die externe motivator omslaat in een interne motivator.
De gedachtegang achter de externe beloning snap ik ergens wel: de extrinsieke motivatie (externe beloning, zoals een sticker, muntje, geld etc.) geeft een goed gevoel. Dat goede gevoel zou – volgens de gedachtegang – omslaan tot een intrinsieke motivatie: het doen omdat het fijn is / goed voelt. In die gedachtegang wordt echter iets heel belangrijks vergeten: het eerdere eindresultaat (of dat nu iemand helpen of iets nieuws (aan)leren is) wordt overschreven door een nieuw eindresultaat, het krijgen van die beloning. Het fijne gevoel wordt gereduceerd tot bijzaak.

“Als je maar hard werkt, goed je best doet, dan kom je er wel!”

Zoals mijn zoon vanavond zei: “ik heb heel erg mijn best gedaan om een muntje te verdienen, maar het is me niet gelukt.” Van plezier op school, plezier in leren, naar het verdienen van een muntje om zo voor een kaartje te kunnen sparen en dat in slechts twee dagen. Stel je eens voor hoezeer dat zichzelf manifesteert wanneer kinderen hier jaar in, jaar uit mee worden geconfronteerd worden.
Een dergelijke beloningsstructuur leert rivaliteit aan. Tot op zekere hoogte kan dit bij volwassenen vruchtbaar zijn, omdat ze ook over een vermogen om te relativeren bezitten. Kinderen (zeker kleuters) hebben dat echter nog niet. Het niet verdienen van een muntje zullen ze dus aan hun eigen vermogen koppelen (“ik kan ook niks”), of juist zien als reden waarom een ander kind de vijand is (“ik deed precies hetzelfde, maar kreeg geen muntje: kindje X is stom”).
Een beloningsstructuur leert kinderen dus vooral rivaliteit, dat er uitgegaan wordt van het slechte (leuke zaken worden eerder stom, puur omdat er een beloning aan gekoppeld zit: waarom zou die beloning anders nodig zijn?). Daarnaast geeft het de schijn dat alleen hard werken / goed je best doen (lees: doen wat er van je gevraagd wordt) ervoor zorgt dat je verder komt in het leven. Alsof het leven maakbaar is, je volledige controle hebt over ieder aspect van je leven. Hoezeer we dat ook willen: het kan niet. En die les toch blijven leren aan onze kinderen helpt ze geen stap verder in de echte wereld.

Muntjes als beloning voor ‘goed gedrag’ in de kleuterklas. Betekent dit dat we eenzelfde systeem voor de juffen en meesters gaan invoeren?

Deel Tweet Deel +1

1 Comment

  1. Amel

    Dit klinkt een beetje als de situatie op de afdeling KNO, nog niet zolang geleden, in het UMCU. Waar je moest zorgen als chirurg, dat je bovenaan het lijstje kwam (door veel operaties, al dan niet met dodelijke afloop).
    De hiervoor verantwoordelijke manager werd na de bewuste Zembla afleveringen mogelijk gebrek aan morele integriteit verweten.
    Zoiets zou je aan het denken kunnen zetten…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerd

  • Ik was eens aan het kijken in m'n Google Webmaster Tools account en zag dat de zoekwoorden "stickerkaart goed gedrag" hoog in het lijstje - van waarmee deze site gevonden wordt - stond. Heel toepasselijk (ahum) onder "Alfie Kohn". Nou…

  • Nietsvermoedend overhandig ik mijn zoon 's ochtends zijn boterham op het laatste schone kinderbordje dat in de kast stond. Zodra hij ziet welke kleur het heeft verandert hij van een rustig jongetje, naar eentje in blinde paniek. Een roze bordje. Vanaf…

  • Het is bijna 5 jaar geleden dat ik moeder werd en borstvoeding zou gaan geven. Ik wist ergens wel wat van de controverse rond borstvoeding, maar tegelijkertijd wist ik niet hoe fel dat debat eigenlijk is. Maffioso Phaedra Werkhoven schreef…

  • Afgelopen week waren we met z'n drietjes naar de Makro. Een "gezellig gezinsuitje", zo gezegd ;-) Bij het multimedia deel konden we horen hoe een jongen (ik gok een jaar of 11, maar daar ben ik over het algemeen niet…